PGS 15 is de meest gebruikte opslagrichtlijn voor verpakte gevaarlijke stoffen in Nederland. Bijna elk bedrijf dat met zulke stoffen werkt, heeft er mee te maken, via de Omgevingswet (Bal), de Arbowet of in het kader van brand- en rampenbestrijding. De richtlijn is de afgelopen jaren volledig herschreven. En de verandering gaat verder dan een paar nieuwe regels.
Een andere manier van denken
De nieuwe PGS 15 is opgesteld volgens de ‘Nieuwe Stijl’. Dat betekent minder vaste voorschriften, en meer werken vanuit scenario’s, doelen, risico’s en maatregelen. De vraag is niet langer: staat er een kast, hangt er een sticker, is het vak aanwezig? De vraag is: kun je aantonen dat je de risico’s écht beheerst?
Dat is een fundamentele verschuiving. Inspecteurs kijken niet meer alleen of je aan de letter van de richtlijn voldoet. Ze kijken of je begrijpt waarom bepaalde maatregelen nodig zijn, en of je dat kunt onderbouwen. Excel-lijstjes zijn bij grotere opslaglocaties vaak niet meer voldoende.
Tijdelijke opslag: veel meer aandacht dan voorheen
Een van de meest concrete veranderingen betreft tijdelijke opslag. Dit onderwerp krijgt in de nieuwe versie aanzienlijk meer ruimte, en dat merken logistieke bedrijven, magazijnen en productiebedrijven direct.
De nieuwe richtlijn stelt concretere eisen aan tijdelijke opslag tot 10 ton en tussen 10 en 30 ton. Daarnaast zijn er eisen rondom de aanwezigheid van deskundig personeel, de scheiding van ADR-klassen, maximale hoeveelheden brandbare vloeistoffen en het onderscheid tussen opslag tijdens en buiten werktijd.
In de praktijk blijkt dat veel bedrijven hun tijdelijke opslag onderschatten. Logistieke zones worden ineens als PGS-gebied beschouwd. Locaties die al jaren op dezelfde manier werken, blijken ongemerkt boven drempelwaarden te zitten.
Sterkere koppeling met de Omgevingswet
De nieuwe PGS 15 sluit veel beter aan op het Bal, vergunningverlening, BBT-documenten en het toezicht vanuit omgevingsdiensten. Dat heeft directe gevolgen: bestaande vergunningen worden opnieuw tegen het licht gehouden. Wat eerder voldeed, voldoet nu niet altijd meer.
Voor bedrijven die betrokken zijn bij vergunningbeheer of -aanvraag is dit een belangrijk moment om de huidige situatie te beoordelen.
Aantoonbaarheid wordt de norm
De nieuwe richtlijn vraagt van bedrijven dat ze kunnen onderbouwen waarom stoffen op een bepaalde plek staan, hoe scheiding is bepaald, waarom een maatregel passend is, dat personeel deskundig is en dat scenario’s zijn beoordeeld. Dat vraagt om documentatie en een redenering — niet alleen om een aanwezige voorziening.
De richtlijn is bovendien digitaal en filterbaar opgebouwd. Je kunt gericht filteren op type opslag, ADR-klasse, scenario, maatregel en veiligheidsdoel. Inspectiediensten verwachten dan ook dat bedrijven precies weten welke maatregelen op hun situatie van toepassing zijn.
CMR- en ZZS-stoffen in het vizier
PGS 15 is geen CMR-richtlijn, maar de aandacht voor CMR- en ZZS-stoffen neemt indirect toe. De SZW-lijsten veranderen, inspecties worden strenger en blootstelling weegt zwaarder. Dat leidt ertoe dat bedrijven kritischer kijken naar opslag, ventilatie en werkvoorraden van deze stoffen.
Wat je nu in de markt ziet
Veel bedrijven denken nog in oude PGS 15-checklistjes. Bestaande situaties blijken niet altijd logisch onderbouwd. En de nieuwe manier van werken — redeneren vanuit risico’s en scenario’s — vraagt een andere aanpak dan de meeste HSE-professionals gewend zijn.
Dat is precies waar veel KAM-coördinatoren, veiligheidskundigen en arbo-adviseurs nu mee worstelen.