Bewustzijn over risico’s van verfafbijtmiddelen groeit bij bedrijven

De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet dat bedrijven bewuster omgaan met verfafbijtmiddelen met dichloormethaan (DCM). Uit controles in 2025 blijkt dat de meeste producten voldoen aan de regels van REACH en CLP. Er waren enkele fouten in etiketten en veiligheidsinformatie. Eén product is van de markt gehaald. Bedrijven gebruiken vaker UFI-codes, waardoor het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum sneller kan helpen bij incidenten. Toezicht blijft nodig.

Angelique 3 min leestijd

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ziet een duidelijke toename in het bewustzijn bij bedrijven over de risico’s van verfafbijtmiddelen. Dat blijkt uit een inspectieronde in 2025, waarbij de ILT controleerde of producten met dichloormethaan (DCM) voldoen aan de geldende Europese veiligheidsregels.

Restricties op het gebruik van verfafbijtmiddelen met dichloormethaan (DCM)

Volgens de restrictielijst van bijlage XVII van REACH mogen producten met 0,1% of meer DCM niet meer verkocht worden aan consumenten of professionals en mogen professionals ze sinds 2012 niet meer gebruiken. Alleen in enkele EUlanden mogen speciaal opgeleide professionals nog met DCMhoudende producten werken, onder strenge veiligheidsvoorwaarden. Het gebruik in industriële installaties is nog toegestaan, maar alleen als er zware veiligheidsmaatregelen zijn genomen, zoals goede ventilatie, beperking van verdamping en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Alle DCMhoudende verfafbijtmiddelen moeten bovendien voorzien zijn van een duidelijke waarschuwing dat ze uitsluitend zijn toegestaan voor industrieel gebruik of voor goedgekeurde professionals.

Meeste producten voldoen aan de eisen

De inspectie onderzocht 50 verfafbijtmiddelen en bezocht 25 bedrijven, waaronder groothandelaren, producenten en online verkopers. Het merendeel van de gecontroleerde producten blijkt te voldoen aan wet- en regelgeving. In deze producten werden weinig tot geen gevaarlijke chemicaliën aangetroffen.

Verfafbijtmiddelen worden gebruikt om verf, lak en coatings te verwijderen. Omdat zij schadelijke stoffen kunnen bevatten — waaronder DCM, dat risico’s oplevert voor zowel gezondheid als milieu — gelden in Europa strikte regels voor het gebruik, de etikettering en de verkoop van deze middelen.

Controle op naleving van REACH en CLP

  • Tijdens de inspecties lag de focus op naleving van twee belangrijke Europese verordeningen:
  • REACH, dat het gebruik van DCM in verfafbijtmiddelen beperkt.
  • CLP, dat voorschrijft hoe gevaarlijke stoffen moeten worden geclassificeerd, geëtiketteerd en verpakt.
  • Het doel van deze regels is gebruikers te beschermen door middel van duidelijke waarschuwingen, correcte gevarenpictogrammen en eenduidige informatie over benodigde beschermingsmiddelen.

Tekortkomingen bij enkele producten

Hoewel de algemene naleving positief was, trof de ILT enkele tekortkomingen aan. Daarbij ging het onder andere om:

  • onvolledige of onjuiste etikettering;
  • fouten in veiligheidsinformatiebladen (SDS);
  • producten die niet of onjuist gemeld waren bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC).

In één geval werd een verfafbijtmiddel zonder de vereiste toestemming via een webwinkel verkocht. Dit product is inmiddels van de markt gehaald.

Bedrijven melden vaker correct en gebruiken UFIcodes

Volgens de ILT neemt het veiligheidsbewustzijn bij bedrijven toe. Steeds meer producten zijn voorzien van een UFIcode, waardoor het NVIC bij incidenten snel kan achterhalen welke stoffen in een product zitten. Dat helpt artsen en hulpdiensten om in geval van vergiftiging snel en adequaat te reageren.

Het NVIC speelt hierin een belangrijke rol: het centrum ondersteunt medische professionals met cruciale informatie over giftige stoffen, zodat bij noodsituaties effectief en veilig gehandeld kan worden.

Voortdurend toezicht nodig

De ILT benadrukt dat regelmatig toezicht noodzakelijk blijft. Alleen door consequent te controleren en naleving af te dwingen, kunnen risico’s voor consumenten en werknemers verder worden beperkt en wordt ervoor gezorgd dat gevaarlijke stoffen op een veilige en verantwoorde manier toegepast worden.

Bron: Ilent.nl