Jaarlijks krijgen zeker 7.000 Nederlanders kanker door blootstelling aan schadelijke stoffen of uv-straling op het werk. Dat blijkt uit het onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd in opdracht van KWF Kankerbestrijding. Het onderzoek werd vorige week in alle nieuwsmedia al uitvoerig onder de aandacht gebracht, en terecht.
In het onderzoek zijn de volgende vier werkblootstellingen nader onderzocht: uv-straling van zonlicht, asbest, kristallijn silica (kwarts) en dieselmotoremissies. Daarnaast vormen schilders en lassers een risicogroep vanwege hun contact met schadelijke stoffen; deze beroepen zijn meegenomen in het onderzoek. De uitkomsten zijn in het onderzoek nader toegelicht, met overwegingen en aanbevelingen voor zowel de beleidsmakers als de werkgevers. We geven hier in het kort een overzicht van.
Dit zijn de bevindingen die uit het onderzoek naar voren komen:

UV-straling van zonlicht
De grootste oorzaak van werkgerelateerde kanker is blootstelling aan uv-straling van zonlicht. Jaarlijks worden 1.720 gevallen van plaveiselcelcarcinoom en 3.111 gevallen van basaalcelcarcinoom van de huid vastgesteld. Deze carcinomen zijn vormen van huidkanker en worden veroorzaakt door blootstelling aan uv-straling van zonlicht tijdens het werk.
In tegenstelling tot veel andere beroepsmatige blootstellingen zijn er in Nederland geen specifieke grenswaarden voor blootstelling aan UV-straling op werk. Het instellen van dergelijke grenswaarden zou beleidsmakers kunnen stimuleren om preventieve maatregelen te bevorderen. Dit kan zijn het aanpassen van werkuren om blootstelling aan direct zonlicht te beperken, of het verplicht stellen van zonbeschermende kleding en het beschikbaar maken van zonnebrandcrème op de werkplek. Die maatregelen zijn nodig om de risico’s te beperken. Ze zijn nodig omdat de beroepsmatige UV-blootstelling naar verwachting stabiel blijft of zelfs zal toenemen. Dit is mede het gevolg van de afname van de ozonlaag, waardoor de UV-stralingsniveaus zijn verhoogd. Hoewel de ozonlaag zich herstelt, blijven de effecten van langdurige blootstelling de komende jaren naar verwachting zichtbaar omdat de gevolgen pas na lange tijd kenbaar worden.
Asbest
Asbest is, na UV-straling, de beroepsmatige blootstelling met het grootste aandeel in de beroepsmatige kankergevallen. Hoewel asbest sinds 1993 is verboden en beroepsmatige blootstelling sindsdien drastisch is afgenomen, worden er anno 2021 (het peiljaar van het onderzoek) nog steeds nieuwe kankergevallen vastgesteld die aan asbest kunnen worden toegeschreven, al stagneert het aantal. Dat de afname nog niet duidelijk zichtbaar is, heeft te maken met de doorgaans lange latentietijd (de tijd dat de effecten merkbaar worden).
Maar er worden nog altijd werkzaamheden verricht waar men met asbest in aanraking kan komen. In Nederland bevatten veel oude gebouwen namelijk nog steeds asbest, wat een aanhoudend risico vormt voor met name werknemers in bouwsectoren. Het is dus van belang dat men zich bewust is van de gevaren van asbest en dat veiligheidsmaatregelen worden nageleefd om op die manier asbestblootstelling tijdens renovatie- en sloopwerkzaamheden te verminderen.
Kristallijn silica
Eenzelfde afnametrend doet zich voor bij kristallijn silica, waaraan mensen worden blootgesteld in sectoren als bouw en mijnbouw. De aangescherpte regelgeving en verbeterde veiligheidsmaatregelen, zoals stofreductie en persoonlijke beschermingsmiddelen, hebben ervoor gezorgd dat de blootstelling in veel sectoren de afgelopen jaren is verminderd. Ook zijn er door de Gezondheidsraad nieuwe gezondheidskundige advieswaarden vastgesteld, die kunnen bijdragen aan een verdere daling van blootstellingsniveaus. Het ontbreekt echter nog aan specifieke wet- en regelgeving om deze advieswaarden juridisch afdwingbaar te maken. De aanbeveling in het onderzoek is om de wettelijke grenswaarde aan te scherpen en af te stemmen op de wetenschappelijke adviezen.
Dieselmotoremissies
Ook voor dieselmotoremissies is een vergelijkbare afname zichtbaar. Sinds de jaren 1970 hebben EU-emissienormen en nationale maatregelen, zoals grenswaarden en verplichte roetfilters, de beroepsmatige blootstelling sterk teruggedrongen. In Nederland geldt sinds 2020 een wettelijke grenswaarde van 10 μg/m³ voor elementair koolstof (EC) als maat voor dieselmotoremissies. Deze grenswaarde is tien keer hoger dan de in 2019 door de Gezondheidsraad aanbevolen grenswaarde van 1 μg/m³ EC. Ook hier is dus nog aanzienlijke ruimte voor verbetering om de beroepsmatige blootstelling aan dieselmotoremissies verder te reduceren.
Schilders
Voor schilders hebben verbeteringen in verfproducten, zoals watergedragen verf, en strengere regelgeving sinds de jaren ’80 geleid tot een aanzienlijke afname van blootstelling aan oplosmiddelen en zware metalen. Om de blootstelling bij schilders te beperken, kunnen ventilatiesystemen en de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals ademhalingsmaskers, worden ingezet. Hier ligt dus een taak voor de werknemers. De brancheorganisaties geven veel informatie, maar naleving en toezicht op de werkvloer blijft van groot belang.
Lassers
Lassers lopen een verhoogd risico op kanker door blootstelling aan lasrook en UV-straling. Om deze blootstelling te minimaliseren, kunnen alternatieve las- en snijtechnieken worden overwogen die minder dampen produceren. Wanneer lassen onvermijdelijk is, helpt lokale
afzuiging om lasrook direct bij de bron af te voeren, evenals het dragen van ademhalingsbescherming, zoals een P3-filtermasker. Lassers profiteren al wel van technologische vooruitgang en maatregelen tegen lasrook, zoals betere ventilatie en bescherming tegen chroom-6, maar ook hier is naleving van de voorschriften van groot belang.
Conclusie
Voor alle blootstellingen geldt dat beleidsmakers kunnen overwegen om de naleving van bestaande richtlijnen te intensiveren, aanvullende beschermende maatregelen te implementeren, en werkgevers aan te moedigen om werknemers te beschermen tegen langdurige of blootstelling. Investeringen in bewustwordingscampagnes en training over veilige werkomstandigheden kunnen hier ook effectief zijn. Daarnaast bieden algemene bewustwordingscampagnes waardevolle mogelijkheden om blootstelling zowel op de werkplek als daarbuiten te verminderen.
Toekomst
In het onderzoek wordt kort ingegaan op toekomstige kankerlast door beroepsmatige blootstellingen, waarbij rekening moet worden gehouden met nieuwe, nog te identificeren carcinogenen. Deze blootstellingen kunnen ontstaan door de groei van de technologie- en kunststofindustrie en de toename van recyclingactiviteiten. Ook worden dankzij verbeterd onderzoek en nieuwe wetenschappelijke inzichten in de toekomst mogelijk nieuwe beroepsmatige blootstellingen als kankerverwekkend erkend door de IARC. Zo wijst steeds meer onderzoek bijvoorbeeld op schadelijk effecten van PFAS. Andere voorbeelden van mogelijke nieuwe carcinogenen zijn nanodeeltjes, isocyanaten in de kunststofindustrie en schadelijke stoffen uit elektronisch afval.
Doel van het onderzoek
Diverse beroepsmatige blootstellingen zijn kankerverwekkend, maar het is onbekend hoeveel deze blootstellingen precies bijdragen aan het totale aantal nieuwe kankergevallen in Nederland. Om effectief preventieve maatregelen te kunnen nemen, is inzicht in deze impact cruciaal. In dit onderzoek is berekend wat de jaarlijkse kankerlast is van beroepsmatige blootstellingen in Nederland. Het peiljaar was 2021.