Klanten interview CCSE opleiding

‘Je kunt alles meten, maar dan ben je er nog niet’

Wie werkt met gevaarlijke stoffen, weet dat veiligheid zelden een rechte lijn volgt. Je kunt meten, modelleren en toetsen aan grenswaarden, maar op de werkvloer begint het pas. Voor Egon Schreven van Twence zit daar precies de uitdaging van zijn vak. De CCSE-opleiding gaf hem meer houvast in die praktijk, zonder de illusie dat complexe veiligheidsvragen daarmee ineens eenvoudig worden.

Interview CCSE
Klant
Egon Schreven Veiligheidskundige bij Twence bv
Opleiding
CCSE® Certified Chemical Safety Expert opleiding (op locatie)
Organisatie
Wij doen er alles aan om zoveel mogelijk grondstoffen en energie uit afval, biomassa en zon te halen. Verduurzamen kunnen we niet alleen. Samen met gemeenten, bedrijfsleven en samenwerkingspartners hebben we de ontwikkelkracht om de hele regio te vergroenen.

Schreven staat binnen Twence niet als een generalist aan de zijlijn. Zijn loopbaan bouwde zich stap voor stap op rond veiligheid, gezondheid en blootstelling. Van huis uit komt hij uit de hoek van biologie en gezondheidskunde. Daarna liep hij stage vanuit een milieukundige opleiding, precies in een periode waarin Twence zijn arbobeleid steviger wilde neerzetten. Binnen het bedrijf groeide hij vervolgens door in functies rond Arbo, KAM en veiligheid. Later verdiepte hij zich verder in arbeidshygiëne en hogere veiligheidskunde. Twence heeft een verbindende en actieve rol in de ontwikkeling van een circulaire economie in de (eu)regio en investeert, samen met partners, in de transitie naar een duurzame samenleving. Twence zet zich in zodat een maximum aan waardevolle materialen in de kringloop behouden blijft. Ze produceren grondstoffen en energie(dragers) uit afval, biomassa, reststromen en andere hernieuwbare bronnen.

Wie met Schreven over veiligheid praat, merkt dat veiligheid voor hem geen apart thema is naast productie, onderhoud of logistiek. Het hoort in het werk zelf te zitten. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar volgens hem is het dat in de praktijk allerminst. Zeker niet in een bedrijf als Twence, waar veel risico’s tegelijk samenkomen. Gevaarlijke stoffen, stof, geluid, trillingen, ergonomie, gedrag: het loopt voortdurend door elkaar heen.
Natasja Ververs

Opleiding

Terug de schoolbanken in

Egon werkt niet alleen vanuit regels en procedures, maar juist ook vanuit blootstelling, gezondheid en de vraag wat een maatregel in de praktijk werkelijk doet. Vanuit die achtergrond besloot hij opnieuw een opleiding te volgen: de CCSE-opleiding, de opleiding tot Certified Chemical Safety Expert.

Niet omdat hij het vak nog niet kende, maar omdat hij merkte dat je op dit onderwerp niet kunt blijven varen op wat je jaren geleden hebt geleerd. “Je bent nooit te oud om te leren. Niet alleen kennis opfrissen, maar ook nieuwe kennis opdoen.”

CCSE opleiding volgen klasikaal

Gedrag beïnvloeden: soms met toneelspel

Voor Schreven sloot de CCSE-opleiding direct aan op zijn dagelijkse praktijk. Binnen Twence komen vragen over blootstelling regelmatig op zijn bureau terecht: nieuwe projecten, nieuwe installaties, nieuwe stoffen, nieuwe risico’s. Soms wil een projectleider weten wat een nieuw proces betekent voor de blootstelling van medewerkers. Soms komt de vraag uit een risico-inventarisatie. Soms vanuit de operatie zelf. In al die gevallen moet hij inschatten wat er speelt, hoe groot het risico is en wat je wel en niet moet meten.

“We zijn geen koekjesfabriek”, zegt hij droog. Daarmee is de setting meteen helder. In een complexe industriële omgeving heb je weinig aan standaardantwoorden.
Egon Schreven

Houvast in de breedte van het werk

Wat Schreven over de CCSE-opleiding zegt, is opvallend concreet. Niet dat hij er simpelweg “meer kennis” door kreeg, maar dat hij er in de volle breedte van zijn werk meer houvast door heeft gekregen. “De opleiding bestaat uit verschillende modules. Eigenlijk allemaal, bijna één op één, kan ik ze toepassen op mijn brede dagelijkse werk.”

Juist dat brede maakt zijn verhaal interessant. De opbrengst zit voor hem niet in één los onderwerp, maar in de toepasbaarheid van het geheel. “Alle onderwerpen die in de opleiding aan bod kwamen, kan ik links of rechtsom toepassen in mijn dagelijkse werkzaamheden. Bij vraagstukken, bij de risico-inventarisatie, bij nieuwe projecten, nieuwe trajecten, nieuwe installaties, nieuwe risico’s.”

Daarmee wordt ook duidelijk waarom de opleiding voor hem meer was dan een opfrisser. Ze versterkte zijn vakmanschap in situaties waarin hij snel moet schakelen tussen techniek, blootstelling, normering en advies. Voor een veiligheidskundige in een omgeving als Twence is dat geen extraatje, maar gewoon dagelijkse praktijk.

De opleiding zelf noemt hij intensief. Fysieke lessen, veel stof per dag en een stevig examen. “Je moest echt wel studeren.” Juist dat serieuze niveau waardeerde hij. Tegelijk bleef het niet bij theorie. Ook de uitwisseling met vakgenoten uit andere sectoren maakte de opleiding waardevol. Niet omdat hun praktijk hetzelfde was, maar omdat blootstellingsvraagstukken overal terugkomen, telkens in een andere vorm.

circulaire afval

Slimmer meten, scherper adviseren

De belangrijkste opbrengst van de CCSE-opleiding zit voor Schreven in de manier waarop hij nu naar meetvraagstukken kijkt. Minder breed uitwaaieren, meer afpellen. Minder reflex, meer analyse.

“In de opleiding heb ik ook juist geleerd om dingen af te pellen tot de kern van: wat is het probleem? Welke metingen, of juist niet, zijn nodig? Kun je met schattingen of modellen werken? Wat werkt nu in jouw praktijksituatie het beste?”

Dat lijkt een technische stap, maar voor zijn werk maakt het een groot verschil. Bij gevaarlijke stoffen kun je bijna altijd méér meten. De vraag is alleen of dat ook de slimste route is. “Je kunt 36 metingen loslaten. Kost je 100.000 euro. Weet je heel veel. Maar als je het slim doet, kan ik met drie, vier metingen ook een goed beeld krijgen.”

Daar raakt hij aan iets wat voor veel vakgenoten herkenbaar is. Veiligheidswerk gaat niet alleen over weten wat kan, maar vooral over bepalen wat nodig is. Zeker in een organisatie waar keuzes altijd samenhangen met tijd, budget, voortgang en draagvlak. “Veiligheid kost geld”, zegt Schreven nuchter. “Maar je kunt het ook heel duur maken.”

De waarde van de CCSE-opleiding zit voor Twence dus niet alleen in meer kennis bij één medewerker. Ze zit ook in beter onderbouwde keuzes, een slimmere meetstrategie en advies dat inhoudelijk scherper is én bedrijfsmatig beter te verdedigen.

Schreven merkt dat ook in gesprekken met directie en projectleiders. Nieuwe inzichten, methoden en rekenmodellen uit de opleiding nam hij mee terug naar de werkvloer. Daardoor kijkt hij nu kritischer naar plannen waarbij bijvoorbeeld veel stof kan vrijkomen. Niet om op de rem te staan, maar om beter te kunnen bevragen: weten we eigenlijk wel hoeveel er vrijkomt, hoe gaan we dat toetsen aan grenswaarden en hoe richten we dat meetprogramma slim in?

“En die heb ik meegenomen naar de werkvloer. En ook richting directie: we kunnen hier nog wat scherper.” Met meer inhoudelijke bagage, meer methodisch houvast en meer grip op de vraag hoe je een risico werkelijk beoordeelt.
Egon Schreven

Gewoon stof

De weerbarstigheid van stof

Tegelijk wil Schreven van dat alles nadrukkelijk geen succesverhaal maken. Daarvoor kent hij zijn vak te goed. De CCSE-opleiding helpt hem om blootstelling methodisch beter in beeld te brengen en scherper te adviseren. Maar sommige problemen laten zich daarmee nog steeds niet oplossen. In zijn wereld heet dat vraagstuk vaak gewoon: stof.

“In onze branche is stof een structureel vraagstuk”

Dat stof zit niet op één plek en is ook niet van één soort. Het ontstaat in hallen, bij stortprocessen, op transportbanden, in compostering en in andere delen van het afvalverwerkingsproces. Het gaat om sloopafvalstof, huishoudelijk afvalstof, groenafvalstof, vaak besmet met bacteriën, virussen en schimmels. Wie daar dagelijks mee werkt, weet dat het geen randverschijnsel is, maar een structureel vraagstuk. Juist daar houdt Schreven het eerlijk. “Meten is niet zozeer het probleem. Maar hoe kunnen we stof nu aan de voorkant voorkomen en dus de bron aanpakken? Daar ligt onze uitdaging.”